Dan krijgt in ieder geval de prullenbak van mijn laptop het te zien

Ik heb het meeste geschreven op mijn 28e. Dat was nadat een redacteur van een uitgeverij mijn wekelijkse columns in de Spits ontdekt had en er meer in zag.

“Een boek,” zei ze op dat terrasje aan de gracht in Amsterdam terwijl we warme choco dronken. Het was winter.

Een week later ontving ik het boekcontract, dat naast een voorschot ook de deadline voor de aanbiedingsbrochure aankondigde (“we moeten voor die tijd dus je omslagtekst binnen hebben en een cover hebben”), en de deadline: ergens eind mei. Het boek zou dan in september uitkomen.

En toen moest er getypt worden. Uit twee jaar reizen moest ik de meest interessante avonturen selecteren en daar uitgebreider over schrijven dan ik in wekelijkse 250 woorden-columns kwijt kon. Er werd geschrapt, er werd gehakt en de editor bij de uitgeverij was mijn persoonlijke spellingcontroleur.

Meer dan 70.000 woorden werden er uiteindelijk ingeleverd, zo’n 60.000 woorden haalden de verhalenbundel. En ik ramde het er in zo’n 6 maanden eruit. (Mijn onderbuurman kwam ’s nachts zelfs een keer klagen en vroeg of ik wellicht iets zachts onder mijn toetsenbord kon plaatsen, zodat mijn geram niet zo doorklonk in het huis.)

Dat woordenaantal maakt een boek. In ieder geval een leuke paperback. Het was absoluut geen ster-verslaggeving en het leverde ook geen prijzen op, maar de avonturen zoals ik ze heb meegemaakt staan officieel in schrift.

En nu heb ik ideeën, voor diverse verhalen, zowel kort als lang, maar het lukt me niet om die eruit te rammen tot een totaal van 70.000 woorden. Zelfs de belofte tot mijzelf om dagelijks in ieder geval 1.000 woorden te typen (maakt niet uit waarover, maar schrijf, verdorie!) lukte niet.

(Nouja, ik kan het altijd weer proberen met dit bericht – wellicht komt er morgen nog zoiets uit).

Met het verzinnen van verhalen heb ik geen problemen, het is dat begin. Het zijn de karakters , de ontwikkelingen en vervolgens de stijl.

Als ik het perspectief richt op een moeder van 40 jaar, is zij dan een intelligente LINDA.-lezer of is het een type dat wekelijks bij de kapper zit om haar haar in bedwang te houden en daar in de Libelle en de Story bladert? Ik kan dan niet kiezen. En dan begin ik te schrijven en schrik ik na een tijdje om wie dit is, wie dit wordt op papier. En die persoon moet een ontwikkeling, nou ja, een gebeurtenis, meemaken in het verhaal en daar past ze dan helemaal niet bij.

Nouja, in ieder geval schrijf ik dan iets, krijgt enkel de prullenbak van mijn laptop het te zien en knal ik met mijn hoofd weer tegen de muur.

Er komt wel een keer iets uit. Ondertussen is het heerlijk om deze ruimte te gebruiken voor dit soort fratsels.

(En hup, opnieuw beginnen.)

2 gedachten over “Dan krijgt in ieder geval de prullenbak van mijn laptop het te zien”

  1. Hahaha, herkenbaar! Maar…. iedere dag wat onzin schrijven geeft inspiratie tot het betere werk! Dus… lekker die prullenbak blijven volplempen, zeg ik! 🙂

  2. Soms lees ik mijn oudere schrijfsels terug.
    Dan denk ik dat de prullenbak er betere mee gevuld had kunnen zijn.

    Toch heb ik ook schrijfsels weggegooid of herschreven.

    Ach, ik schrijf vooral voor mijn eigen plezier.
    Natuurlijk sta ik ook open voor verbeteringen en/of adviezen.

    Vriendelijke groet,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *