Maar schrijf je nog iedere dag?

Jawel! Maar niet alles is om publiekelijk te publiceren. En daarnaast haal ik ook ik niet dagelijks de beoogde 1000 woorden waar ik eerder mijn zinnen op had gezet.

Maar er wordt geschreven. Er wordt zelfs met de hand geschreven. Hele plotstukken en karakterontwikkelingen blijken dan toch weer beter op papier te werken. Dan kan ik krassen. Doorstrepen. Verscheuren.

Daarnaast discussieer ik over plotmogelijkheden met vrienden. Op de bank. Aan de koffie. Of in die knusse lunchroom met air conditioning en Franse broodjes voor de lunch.

En dan moet alles plots weer anders. Een plot is pas goed uitgekiend als je alle mogelijkheden hebt uitgestippeld. Je wil geen verhaal schrijven, waarbij anderen na het lezen zeggen “weet je wat je ook had…”.

En nog maar een croissantje.

Maar daarmee maak ik het mezelf ook moeilijker. Want waar ik een iets makkelijker verhaal met twee verhaallijnen had uitgezet, komt er nu plots een verborgen verleden bij kijken wordt de karakter gedreven roman opeens besmet met een derde verhaallijn in het heden. Hallo. Ik moet het schrijven.

En dan word ik lachend aangekeken.
Ja, jij moet het schrijven. En snel ook. Wordt leuk. Echt.

“Ik moet nu gaan.
Bedankt voor de lunch!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *