Omdat je toch ergens moet beginnen

De grootste uitdaging van het beginnen met het schrijven voor mijn nieuwe Nederlandstalige schrijfblog is niet zozeer het schrijven van een x aantal woorden per dag, maar de voorbereiding hiervoor. Ik schrijf ’s ochtends. Na het douchen. Vervolgens moet er eerst koffie gemaakt worden voordat ik verder iets doe. De tafel staat vol met beleg voor ontbijt, de koffie staat klaar en de boterhammen zijn geroosterd. (Dit bereid ik overigens zelf voor.)

Die uitdaging? Om voor die tijd mijn laptop niet aan te zetten en de vastte tabbladen in mijn browser op te laten starten. Gmail, Facebook, statistieken, etc. Om vervolgens een mail te zien die ik echt nu het beste kan beantwoorden. De koffie wordt koud. En daar moet ik nog iets posten op één van mijn Facebook Pages. Het brood wordt weer zacht. Wacht, iemand heeft me getagged in een bericht. Moet ik lezen.

Boterham één.

Ik weet dat ik kan schrijven, daar ligt het niet aan. Ik heb jarenlang een reisblog bijgehouden waarbij ik dagelijks lange lappen tekst publiceerde, ik schreef twee jaar lang wekelijks columns voor de Spits en kwam uiteindelijk met een eigen reisverhalenboek dat minstens 68.000 woorden bevatte. Dus het probleem ligt niet zozeer bij de techniek, eerder bij die voorbereiding, die houding van net voor als tijdens het typen en de onderwerpkeuze.
Maar ik weet niet waar ik over moet schrijven. Onzin. Overal kan over geschreven worden. Over de kleur van de boter in het boterkuipje dat nu nog steeds naast de laptop staat, hoe ik de chocopasta vandaag weer uit de pot moest schrapen want ik kan het enkel in de koelkast bewaren zonder dat er zomaar opeens en enkel bij de chocopastapot een snelweg is aangelegd door potige mieren.

Boterham twee.

Over kleine dieren gesproken: zodra ik onder de douche vandaan stap is het insmeren de eerste noodzakelijkheid van de dag. Als je je in deze tropen niet direct insmeer met een een muggenwerend middeltje, wordt je direct gestoken. Daar, terwijl je nog koffie staat te maken of hier, gewoon zittend achter de schrijftop. En jeuken dat dat doet. En dat je daar dan weer witte spierenzalf op smeert, waardoor de jeuk verdwijnt, maar alles direct weer naar die zalf ruikt.

Het is een simpele noodzaak, geen nadeel. Het wordt pas nadelig als blijkt dat het internet eruit ligt. Dat ik dan dus enkel ontbijt kan maken, koffie kan drinken en ècht alleen maar kan schrijven. Dat ik dan nieteens de verleiding voor mail, Facebook als andere online dingen nieteens weg kan duwen, omdat er toch geen internet is. Check your connection wordt dan ook ook echt iets letterlijks voor mij. Alsof ik ook die van mij eens moet laten checken.

Boterham drie. Volgens mij zit ik al bijna vol. Kun je met het mes waarmee je net in de chocopasta bent geweest ook in de emmer met honing? Ik wel. En ook de honing is vrij hard, zo direct uit de koelkast. Ik zal je niet vertellen welke insecten daar een metropolis omheen kunnen bouwen. Binnen een half uur.

Het ergste, maar dat zal tegenwoordig wel overal zijn, is een stroomuitval. Geen stroom betekent ook geen air conditioning. Geen broodrooster. Geen waterkoker. Dus geen koffie. Sta je dan. Niet dat het vaak gebeurt, maar toch. Het drukt je mooi met je neus op de feiten. Mogelijk eindig ik dan met een mok melk op het balkon, iets lezend op mijn tablet dat dan nog genoeg batterijvermogen heeft. Hopend dat het niet te warm is, want dan lopen de straaltjes lichaamssap over mijn rug. En dat schrijven met een pen lukt mij niet. Daarvoor heb ik het excuus dat mijn gedachten te snel zijn dan welke pen dan ook.

Ondertussen heb ik wel de mail gecontroleerd. Een aantal dagelijks terugkerende zaken beantwoord, een uitnodiging ontvangen voor de Nederlandese borrel hier volgende week en een vage mail van de LINDA.. Die naam eindigt met een punt zodat als je daar een punt achterzet, dat je denkt dat een journalist toch echt vergeten is om er gewoon nog ééntje bij te zetten. Twee puntjes is zo…

En hoe verloopt dat schrijven nu? Wel aardig. Zolang ik maar een hangijzer hebt om een verhaal (nee, iets te schrijven) aan op te hangen is het allemaal zeer goed te doen. En jij bent er ook nog, mijn lezer.

En wat komt er nog meer aan in de komende dagen van mijn persoonlijke iedere dag een schrijfsel-uitdaging? Vooruit. Ik zal mogelijk de roman toelichten waarvan nog amper een woord op papier is gezet. Ik wil eerst een goede outline klaar hebben, zodat ik daarmee weet waar ik kan beginnen en hoe en ik wil mijn nieuwe schrijf-software eigengemaakt hebben.

(Daar stoei ik dus de laatste dagen mee. Er is een fantastisch videopakket te koop dat mij in tientallen video’s visueel laat meekijken naar alle mogelijkheiden die die software biedt, en er zijn online handleidingen beschikbaar. Aangezien ik toch wat meer visueel aangelegd ben om dingen te snappen, ga ik voor de toch wel prijzige videos. Of niet? Die handleidingen zijn ook handig, maar ik moet er echt induiken en van begin tot einde door materie die nieteens altijd even relevant zal zijn (ik zal geen scriptie schrijven of een scenario van een tv-show).

De software staat in ieder geval klaar en ik weet nu al dat deze behulpzamer zal zijn bij het schrijven, het plotten, het karakterschetsen, het notities-maken, dan Word ooit zal kunnen bieden. Tot die tijd schrijf ik dit wel in Word en importeer ik het later gewoon in de software.)

En toen was de koffie op.

En zo staat dit nu als eerste stukje online op mijn nieuwe Nederlandstalige blog. Is die er ook weer. Zodat ik er later wel naar kan verwijzen. Kijk maar, dat is een soort making of, waar ik stilletjes mee begon. Hersenspinsel van een schrijver.

Dat geeft mij in ieder geval weer iets te doen met deze tekst zodra ik dagelijks de 1000 woorden heb bereikt. Ik vind het nog altijd zo zonde als iets ongepubliceerd blijft. Jij?

Tot morgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *