Stel je voor dat ik enkel voor dit schrijfwerk al betaald zou worden.

Tik, tik, tik. Tiktiktiktiktiktik. Vijf druppels in ieder oor en het klinkt alsof er iets ontstopt wordt. Een kraan die tikt, terwijl die echt dichtgedraaid is.

Maar het moet van de oor-dokter, omdat er een ontsteking is ontstaan in mijn oor-kanaal. ‘Doe het dan maar aan beide kanten, voor een flinke schoonmaak,’ zei de dokter. ‘Dan voorkom je het ook aan de andere kant.’ Maar dat heeft wel het gevolg dat ik nu met 5 oordruppels in beide oren, binnengehouden met watten, het gevoel heb alsof ik in een aquarium zit.

En dan de amandelmelk die ook al over datum blijkt te zijn. Waarbij ik een scheut in mijn koffie wil doen en er eigenlijk een weeïg vlammetje vocht uit het karton komt. Ik roer het toch door de koffie, ik vind koffie zonder melk gewoon te sterk. Maar zo’n pak amandelmelk kun je dus maar vijf dagen geopend bewaren en zoveel koffie drink ik ook niet. En om nou zomaar een glas amandelmelk te drinken gaat ook te ver. Dat is gewoon niet zo heel lekker.

(Wat? U bent er nog?)

En ondertussen staan de eieren ook te koken. Ik hoor diep in de verte geborrel van kookwater, in mijn eigen keuken. Dat is het fijne van watten en druppels in je oren, het is wel direct lekker rustig. Je hoort geen vreemde geluiden meer van de straat, je hoort niet meer wat de poes nu weer wil of doet, nee, enkel die eieren die nu koken. En mijn vingers die typen op het toetsenbord.

Dit was allemaal afgesproken werk. Een hogere kracht, een adviserende kracht, ver boven mij, heeft mij verteld dat ik moet schrijven. Alleen een schrijver is een schrijver; aspirerende schrijvers die niet schrijven, zijn geen schrijvers. Dus sta je ’s ochtends op, hoe laat maak niet uit, en begin je met schrijven. Dan maar lullig over je oordruppels of over de melk in de koffie en de eieren (die zo wel klaar moeten zijn maar ik heb de tijd weer eens niet bijgehouden) of de poes die maar door blijft mauwen, zelfs nu hij zijn eten al op heeft en nog genoeg droog voer heeft staan (mogelijk heeft hij wormen, bah); u ziet het resultaat. Er moet getypt worden. Typ dat dan maar. En neem er koffie bij als je dat wil. En eet eieren, want je moet proteïne hebben. Geen suikers, die verbrandt je toch niet en daar gaat je hoofd raar van doen. Dat meldde die hogere kracht allemaal. Goeie vent, verder, hoor.

Maar dat schrijven. Daar had hij een punt. Dit ben ik. Op zoek naar mijn vorm die ik al een tijdje kwijt blijk te zijn. Mijn vingers in vorm krijgen. Koffie drinken met oordruppels in mijn oren. En ondertussen maar wachten op die eieren, die mij een korte pauze in het schrijven zullen geven.

Waarna ik weer ga schrijven. Duizend woorden per uur. Vijfduizend per dag. 25.000 per week. 75.000 per 3 weken. Ja, dat is de grootte van een roman, dus op een gegeven moment moet ik wel gaan realiseren dat ik voor mezelf schrijf, dat ik in vorm ben met mijn stijl en vingers en dat ik wellicht beter een verhaal moet uitwerken dan zo’n beetje ruchtsichlos voor mij uit zitten typen. Dan komt er namelijk nog iets bruikbaar uit en kan de huur ook betaald worden, wellicht. Stel je voor dat ik enkel voor dit schrijfwerk al betaald zou worden.

~

De koffie staat klaar, de eieren staan inmiddels te schrikken in koud water en ik heb uiteindelijk de fan maar weer aangezet. Het is hier nu ongeveer 35 graden en warm en het verbaasde mij zelf eigenlijk al dat ik niet veel eerder aan het zweten was met deze typerij.

Dat is het mooie aan mijn huidige woonplaats, het is altijd warm. In plaats van stookkosten om het warm te houden, maak je hier kosten om het af te koelen met de air conditioning. Een verandering waar ik nooit spijt van gehad heb. Ik kom eerder zwetend thuis om af te koelen, dan dat ik warm aangekleed maar toch koud thuiskom om vervolgens bij een opwarmend verwarmingselement weer op te warmen. Ik denk altijd dat ik beter leef in de warmte: de olie is zacht en houdt alles soepel. In Nederland verstijf ik op alle fronten.

En in feite heb ik weinig op moeten geven voor deze verandering. Ik zit in een land met een volledig andere cultuur, maar met dezelfde techniek. Elektriciteit maakt alles mogelijk en internet laat mij communiceren met de rest van de wereld en social media is net zo aanwezig als elders. Ik kan zelfs Nederlandse kranten lezen, dus ik ben enkel vèr weg, en enkel fysiek.

Ik kan naar een kleine supermarkt om de hoek, waar de volledige familie van ongeveer 10 man die de toko runt, mij met een enorme glimlach welkom heet, zo gaat dat hier, en kan kopen wat ik maar wil. Er zijn zelfs augurken van Koelemans. De paté komt uit Frankrijk, de tomatensauzen komen uit Amerika, de soja uit Azië en de groenten en fruit komen uit het land zelf. En eenmaal bij de kassa betaal ik in Amerikaanse dollar. Kleingeld in Cambodjaanse riel, zo gaat dat hier. Haal je geld uit de geldautomaat, dan zijn dat Amerikaanse dollars. En rekent de bank wel even 5 dollar voor je geldopname. Betere bewijzen dat het hier in dit land allemaal nog altijd niet zo soepel loopt kun je niet krijgen.

Maar verder is het niet zo anders. Ik kan uit eten bij een zeer groot aantal internationale restaurants. U kiest maar en we kunnen er heen: Italiaans, Irakees, Frans, Spaans, Marokkaans, Argentijns, Amerikaans, Mexicaans, Tex-Mex en zelfs Duitsland en Polen is aanwezig met hun keuken.

Over eten geschreven: daar zijn ze dan. Eindelijk, klaar en lekker. Drie gekookte eieren op geroosterd bruin brood (oja, dat hebben ze hier ook gelukkig) en een kop koffie met hopelijk risicovrije overlopen amandelmelk.

Goedemorgen, daar is weer een dag.

Een gedachte over “Stel je voor dat ik enkel voor dit schrijfwerk al betaald zou worden.”

  1. Ik drink ook amandelmelk. En ja, 1 liter is vaak veel te veel voor dat kleine beetje in de koffie. En dus roer ik het door mijn yoghurt (lekker!), mix het door mijn smoothy (érg lekker!) en maak er soms een toetje mee.
    Ik vraag me overigens wel af waar je woont…. Altijd warm??? Ik moet even gaan teruglezen denk ik… 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *