Archief van april 2007
Rond
De voldoening die fulltime schrijven met zich meebrengt is dat je soms de illusie hebt dat je ècht iets goeds hebt geschreven.
Een heel prettig gevoel. Totdat je een dag later kijkt naar die opgeschreven woordenbrij en inziet dat het lang niet zo fantastisch is. Of eigenlijk helemaal niet zo fakkeldragend is. Eigenlijk gewoon bar slecht is.
Met die inzichten in mijn rugzak lukt het mij dus om alles wat ik de afgelopen weken heb geproduceerd tot amper iets te verklaren. Schrijfoefeningen zijn het, zeg ik je, meer niets. De uitgever zou zich toch grote zorgen gaan maken als hij daar toch iets van onder ogen krijgt.
En dan onderbreek ik dat werk met een lange wandeling, door het dorp, langs het dorp of helemaal om het dorp heen. En meestal langs een bakker, want brood is hier niet lang houdbaar.
Dagelijks rijden er ‘s ochtends tientallen auto’s het dorp uit, langs het huis waarin ik verblijf. De bestuurders, vrijwel altijd alleen, rijden naar hun professionele werkzaamheden elders. Pas rond zeven uur komt de kolone weer terug en krijg je met tien auto’s op een rij soms kans op een file als een verre buurman zijn schapen laat oversteken naar een ander ef.
Overdag is het dorp dood. Afgezien van de kerktoren die ieder uur zijn geluiden laat horen en de winkeldeurtjes die geopend en gesloten worden door gezette, oude huisvrouwtjes, gebeurt er verder niets. Ja, die kerkvader loopt rond en groet iedereen. Ik probeer hem een beetje te mijden. Ik ben niet zo kerkelijk en mij zie je dus niet snel de kerk instappen.
Er is zelfs geen voetbalwedstrijd van de sterke macht van dit dorp tegen een ander dorp. Terwijl er een heus voetbalveld is met een tribune van tien houten planken.
Misschien willen ze wel graag voetballen, maar hebben ze andere dingen aan hun hoofd waardoor die sport erin schiet.
Er wòrdt wel gevoetbald, maar dan door vrije schoolkinderen. Ergens in de namiddag hoor ik altijd wel spelende kinderen, die met zelf-samengestelde halve elftalletjes gebruiken maken van het onderhouden voetbalveldje. En als ze er niet zijn ligt er een bal, eenzaam achtergelaten, op het veld.
Net als bij mij in het huisje, als ik terugkom van een wandeling: de laptop staat in standby-stand.
Eerste bezoek
Het is heerlijk om mijzelf terug te trekken op het Franse platteland.
Er gebeurt hier zo verschrikkelijk weinig. Een dagelijkse wandeling naar het dorp voor vers stokbrood en de kleine boodschap hier en daar en weer terug. Verkenningstochtjes over de omringende heuvels waar de planten al aardig groen worden en zich voorbereiden op een druifrijke zomer. Het is ook net alsof het hier áltijd lente is en nooit anders is geweest!
De eerder genoemde haan blijkt inderdaad oud en dement. Dat blijkt uit het feit dat hij zich soms verslaapt en pas rond het middaguur ontdekt dat hij vergeten is de hele vallei wakker te schreeuwen. Hij probeert het dan nog eens, maar geeft de moed al snel op.
Het eerste bezoek heeft zich ook gemeld. Vrij ongemakkelijk opende ik de voordeur. Ongemakkelijk omdat ik geen bezoek verwacht en omdat ik de taal van de lokale bewoners totaal niet machtig ben zonder internetwoordenboek op klikafstand.
Maandagochtend stond er zowaar een monnik of een kerkvader voor de deur. Daar ga ik dan maar een beetje van uit, want hij was gekleed in een donkerbruin gewaad en er was een touw om zijn middel gebonden. The old fashion way, yeah!
Hij bracht een bezoek namens de kerk, want blijkbaar had hij via via vernomen dat er een nieuw gezicht in het dorp gesignaleerd was. Hij had zelfs een bijbel in zijn hand, betere identificatie kon ik aan de deur niet wensen!
Maar ik snapte niet veel van zijn dorp- en kerkinformatie, gebaarde en stotterde in verschrikkelijk slecht Frans dat ik een tijdelijke Nederlandse bezoeker ben en dat ik in dit huisje hier aan het werk ben. Je suis un écrivain ici, meldde ik trots.
Het kwam er allemaal op neer dat ik van harte welkom was in zijn kerkgemeenschap en vervolgens noemde hij enkele dagen van de week en tijden van kerkdiensten. Ik bedankte hem hartelijk en wenste hem verder een goede dag.
Hij liep het tuinpad af en sloot netjes het tuinhekje. Hij keek naar het huis en sloeg een kruis.
Even voorstellen
Dit is nu de haan op het erf van de buurman die mij iedere ochtend veel te vroeg wakker kukelt. Waarschijnlijk is hij al een paar jaartjes oud, want het is ook meer schreeuwen dan kukelen te noemen.
Ik zit er aan te denken om keelsnoepjes in zijn drinkwater te gooien.
Of om maar naar het dorp te lopen en bij één van de winkeltjes op zoek te gaan naar oordopjes. Foq, hoe heet dat in het Frans? Les Bouchons d’oreille ofzo?
Bienvenue en France!
‘Ik kan het aan mijn vader vragen,’ had die vriend van mij nog tegen me gezegd.
Twee weken later zat ik met die vader in een typische bestuurderswagen – het eikenhouten dashboard ontbrak er nog net aan – en reden we samen door Frans heuvellandschap.
Ik had er een bijzondere treinreis opzitten, na een overstap in Lyon moest ik nog met een boemeltrein over, langs en door idyllische dorpjes en uitstappen in Roanne. Het was lang geleden dat ik zo’n afstand aflegde met de trein.
De vader van die vriend had vorige zomer een klein, vervallen huisje gekocht aan de rand van een Frans dorpje. De familie had er al enige malen verbleven en waren de boel mooi aan het opknappen. Hij had net wat opruimwerkzaamheden achter de rug en wilde terugrijden naar Nederland, toen hij hoorde van mijn bijzondere verzoek om enkele weken in het huisje te mogen verblijven.
‘In je eentje?’ had hij nog gevraagd. ‘Wat wou je dan gaan doen?’
Gelukkig had die vader weleens over mij gehoord en klonk het hem nieteens zo gek in de oren dat de ware reden was: een boek schrijven. Hij zou me wel van het station komen ophalen.
Het dorpje, ten zuiden van Roanne, het zuidoosten van Frankrijk, was klein, maar kon mij aan alle behoeften voorzien, vertelde hij mij tijdens de autorit. Het had een kerkplein en een bakker, een slager en meer van dat soort winkeltjes.
Het huisje zelf stond een kilometer buiten dit dorp, dus ik moest het niet erg vinden om voor vers stokbrood een wandeling te maken. Ik keek om mij heen en zag de glooiende groene wijnvelden en een grote diversiteit aan boerderijdieren. Ook al verbleef ik plots vijftig jaar terug in de tijd: dit zou wel goed komen, dacht ik.
Het huisje had een soutterain waarbij ik op moest passen tijdens mijn verblijf. Als het hard regent loopt deze onder water en moet de pomp aangezet worden. Op de eerste verdieping was het woongedeelte met twee slaapkamers, een keuken en een klein woonkamertje. Nog nergens was te zien dat hier een Nederlandse familie was ingetrokken: het was nog een erg fijne en traditionele Franse woning. Ikea kennen ze hier gelukkig nog niet.
De vader liet mij uiteindelijk achter met de sleutel, een paar belangrijke telefoonnummers en een enorme gepekelde varkenspoot waar ik desgewenst mijn plakjes ham kon afsnijden. Genoeg voor een paar weken ham op brood.
Allereerst gooide ik alle verduisterende kleppen voor alle ramen open en liet een zachte, frisse voorjaarswind door het huis trekken.
Met een Frans biertje in mijn handen zat ik vandaag in het raamkozijn. Buiten schuifelde een oud boertje op klompen voorbij die hartelijk Bonjour! naar mij riep. Hij sleepte een onwillende ezel achter zich aan die vast wist dat hij zelf niets te willen heeft maar toch tegenwerkt voorzover zijn leeftijd dat toelaat.
Dat wordt nog wat met dat boek.
